Zandkorrels schuurden mijn wang open. Ik wist niet dat die kleine rotkorreltjes zoveel pijn konden veroorzaken. Het was het beste stil te blijven liggen, maar dat kon niet want de arm op mijn rug werd nog verder omhooggeduwd. Een knie pinde mijn bovenlijf vast tegen de vloer, het enige dat ik nog kon bewegen waren mijn benen en mijn hoofd, tot een hand mijn haar greep, op mijn schedel duwde. Mijn wang drukte nog harder tegen de grond, ik was bang dat mijn kaak zou breken. Het grijze linoleum was zo dichtbij dat mijn oog het niet scherp meer kon zien.
Ik was net elf, klein voor mijn leeftijd. Mijn belager woog misschien wel honderd kilo. Hij was groot, zelfs voor een volwassene, en hij mocht dit doen.